Contact ons

Portal Glossary – Bezettingsgraadmeting

Op deze pagina vind je alle definities van de termen en woorden die wij gebruiken bij het uitvoeren van een Bezettingsgraadmeting.

Bezettingsgraadmeting

Activiteiten

Computerwerk

Individueel, immobiel computerwerk. Hetzij op een PC, hetzij op een gekoppelde laptop.

Individueel telefoneren

Individueel bellen via elektronische middelen (telefoon, headset).

Vergadering

Samenwerken (sociale interacties, discussies, presentaties, vergaderingen).

Diversen

Ander, persoonlijk en/of privégebruik (ontspannen, nadenken, typen op telefoon, eten).

Mobiel computerwerk

Individueel, mobiel computerwerk (laptop, tablets).

Niet bezet

Onbezet, geen tekenen van leven.

Reviewing

Focuswerk (lezen, schrijven, papierwerk).

Tekenen van leven

In gebruik maar onbezet, meerdere tekenen van leven.

Videoconferentie

Virtuele samenwerking langs elektronische weg.

Term

Capaciteit

Het aantal zitplaatsen in een vergaderfaciliteit.

Bezetting

Percentage bezette zitplaatsen in de bezette zalen. De mate waarin een zaal wordt gebruikt.

Fysieke bezetting

Percentage bezette werkplekken waar de gebruiker fysiek aanwezig is.

Bezetting

Een bezette zaal heeft een vast aantal zitplaatsen. Het aantal zitplaatsen bepaalt de bezettingsgraad van de zaal.

Leeg

Een werkstation dat niet aan een specifieke gebruiker is toegewezen.

Werkstation

Een ruimte met apparatuur voor het uitvoeren van een gespecialiseerde taak door één persoon.

Werkplek types

Vast bureau

Normale toegewezen werkplek.

Focus cabine

Kleine (semi) afgesloten ruimte voor individueel concentratiewerk. Geleverd met een bureau.

Focus bureau

Hokje/werkstation met een bureauscherm, bedoeld voor individueel focuswerk.

Hot desk

Niet toegewezen, normale/vaste werkplek.

Bureau

Werkplek in een afgesloten kantoor.

Telefooncel

Kleine (semi) afgesloten ruimte die gebruikt wordt om individueel te bellen, soms voorzien van vaste telefoonlijn.

Gespecialiseerd bureau

Projectbureau, rondetafel, bureau verbonden met gespecialiseerde apparatuur.

Sta-bureau

In hoogte verstelbaar werkstation.

Bureau Touchdown

Flexibel werkstation, verschillende meubels (bv. hoge tafel), meestal voorzien van stopcontacten.

Soorten vergaderingsfaciliteiten

Stand

Half-ingesloten bank/zitplaats, gebruikt voor vergaderingen, pauzes of individueel werk.

Breakout ruimte

Zitplaatsen, gebruikt voor pauzes, informele vergaderingen of werk.

Kantine

Café/restaurant gebruikt tijdens pauzes/lunch.

Conferentiezaal

Grotere vergaderzalen, vaak voorzien van white boards/projector, verschillende meubelopstellingen.

Overleg tafel

Vergadertafel, gebruikt voor vergaderingen of werk.

Vergaderfaciliteit

Een ruimte die is ontworpen voor formele of informele vergaderingen.

Vergader pod

Een volledig afgesloten vergaderruimte.

Vergaderzaal

Een ruimte met een vergadertafel, die wordt gebruikt voor vergaderingen of werk met meerdere personen.

Pantry

Theepunt / Keuken.

Print ruimte

Een kamer om in te printen

Project tafel

Tekentafels of tafels die worden gebruikt voor vergaderingen/creatief werk.

Rustige ruimte

Kleine ruimte voor meerdere personen (max. 4), gebruikt voor vergaderingen of persoonlijk werk/gesprekken. Gewoonlijk informeel meubilair.

Opleidingsruimte

Zalen met meerdere PC's voor opleidingsdoeleinden (theateropstelling).

Wachtruimte

Stoelen bij de receptie, gebruikt voor wachtende klanten/bezoekers.

Onderwijs Object Soorten

Auditorium

Een grote zaal (>150 zitplaatsen) bedoeld voor gemeenschappelijke lessen of vergaderingen, met een verhoging/toneel of stoelen die op een helling staan en technische apparatuur.

Klaslokaal

Een ruimte waar les wordt gegeven door een docent, meestal in een 2-bij-2 opstelling.

Onderwijs specifieke oefenruimte

Een werkplek voor leerlingen waar zij in de praktijk werk kunnen leren uitvoeren

Ruimte voor groepsprojecten

Een kleinere gesloten ruimte, ingericht voor groepswerk.

Gymzaal

Een enkele ruimte waar sportactiviteiten worden uitgevoerd.

Collegezaal

Een grotere onderwijsruimte, vaak met een oplopende vloer, vast meubilair en technische apparatuur.

Mediabibliotheek

Een ruimte met computers en/of een bibliotheek. Vaak is het ook ingericht als studieruimte.

Andere praktijkruimte

Een praktijkruimte die geschikt is om praktische vaardigheden te leren, al dan niet met een docent en die niet tot een andere categorie behoort.

Sportzaal

Een hal bestaande uit verschillende ruimtes voor binnensport.

Studiecel

Een (geluiddichte) ruimte waar studenten geconcentreerd kunnen werken, meestal geschikt voor <5 studenten.

Studielandschap

Een omgeving waar verschillende leeractiviteiten kunnen plaatsvinden, open en flexibel.

Touch and go

Een vaste computer met een netwerkaansluiting voor kort gebruik.

Activiteiten Onderwijs Zalen

Samenwerking

Een of meer kleine groepjes leerlingen werken samen. Dit kan met of zonder aanwezigheid van een docent.

Examen

Leerlingen maken individueel hun examen, het klaslokaal is ingericht voor examens.

Hoorcollege

De docent geeft een les aan alle leerlingen in het lokaal.

Vrije tijd

Eten en/of drinken, ontspannen, sms'en, naar muziek luisteren, films kijken, enz. Er is geen leraar aanwezig.

Niet bezet

Onbezet, geen tekenen van leven.

Zelfstudie

Leerlingen werken alleen, zonder hulp van een docent, met behulp van boeken, laptops, etc.

Tekenen van leven

In gebruik maar onbezet, meerdere tekenen van leven.

Scroll naar boven